Regeling brandbeveiligingsverordening Bedum 2010

Wettechnische informatie

  • Officiële naam: Brandbeveiligingsverordening Bedum 2010
  • Citeertitel: brandbeveiligingsverordening Bedum 2010
  • Naam organisatie: Bedum
  • Besloten door: gemeenteraad
  • Onderwerp: openbare orde en veiligheid
  • Datum inwerkingtreding: 2010-10-01
  • Geldig tot: 2012-04-01

Grondslagen

  • Wet veiligheidsregio's, art. 3

Opmerkingen m.b.t. de regeling

  • Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen
Datum
inwerking-
treding
Terugwerkende
kracht t/m
Datum uitwerking-
treding
Betreft Datum ondertekening Bron bekendmaking Kenmerk voorstel
01-10-2010 01-04-2012 Nieuwe regeling 16-09-2010 Gemeenteblad, 17-9-2010 Noorderkrant, 29-9-2010 Onbekend

Inleiding

Nr.

De raad van de gemeente Bedum;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 juli 2010;

gelet op artikel 3 van de Wet veiligheidsregio’s en de aanpassing daarop (Staatsblad 2010, 145 en 146);

overwegende dat het verplicht is een verordening vast te stellen omtrent het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt;

besluit:

vast te stellen de brandbeveiligingsverordening Bedum 2010.

Brandbeveilingingsverordening Bedum 2010

Paragraaf 1 Algemeen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    een inrichting: een voor mensen toegankelijke ruimtelijk begrensde plaats voor zover die geen bouwwerk is;

  • b.

    bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.

Paragraaf 2 Gebruiksvergunning

Artikel 2 Verbodsbepaling

1.

Het is verboden zonder of in afwijking van een door het college verleende gebruiksvergunning een inrichting in gebruik te hebben of te houden, voor zover daarin:

  • a.

    meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn;

  • b.

    aan meer dan 10 personen bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft;

  • c.

    aan meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar, of aan meer dan 10 lichamelijk of geestelijk gehandicapte personen dagverblijf zal worden verschaft.

2.

Het college kan aan de gebruiksvergunning voorwaarden verbinden met inachtneming van het gesteld in de paragrafen 3 en 4.

3.

Het college kan aan de gebruiksvergunning nieuwe voorwaarden verbinden en gestelde voorwaarden wijzigen of intrekken, indien het belang waarvoor de gebruiksvergunning is verleend dit vereist op grond van een verandering van inzichten of verandering van de omstandigheden gelegen buiten de inrichting, opgetreden na het verlenen van de gebruiksvergunning.

Artikel 3 Weigeringsgronden

Het college weigert een gebruiksvergunning, indien de in de aanvraag vermelde wijze van gebruik van de inrichting niet brandveilig is en door het stellen van voorschriften ook niet kan worden bereikt.

Paragraaf 3 Het voorkomen van brand en het beperken van brand en brandgevaar

Artikel 4 Gebruikseisen

De eisen gesteld aan het brandveilig gebruik van bouwwerken in de paragrafen 2.1, 2.2 en 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Stb. 2008, 327) zijn overeenkomstig van toepassing op vergunningplichtige en niet vergunningplichtige inrichtingen.

Paragraaf 4 Het bestrijden van brand en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand

Artikel 5 Brandveiligheidsvoorzieningen

De eisen gesteld aan het brandveilig gebruik van bouwwerken in de paragrafen 2.4, 2.5 2.6, 2.7 2.8 en 2.9 van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Stb. 2008, 327) zijn overeenkomstig van toepassing op vergunningplichtige en niet vergunningplichtige inrichtingen.

Artikel 6 Melden van brand en broei

Ieder die brand of broei ontdekt of deze vermoedt, is verplicht dit onmiddellijk aan de brandweer te melden.

Artikel 7 Bossen, heidevelden, venen

De eigenaar van een aaneengesloten of vrijwel aaneengesloten opstand die voor meer dan de helft bestaat uit naaldhout, een heideveld, een veen of een ander terrein, voor zover niet bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b van de Woningwet, en dat met brandbare gewassen is begroeid, is verplicht de voorschriften op te volgen, die het college geeft tot het voorkomen van brand en het beperken van de gevolgen van brand.

Paragraaf 5 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 8

Het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze verordening wordt opgedragen aan ambtenaren van de brandweer en daartoe door het college aangewezen ambtenaren.

Artikel 8a

Overtredingen van de regels van deze verordening kan worden beboet met een bestuurlijke boete van maximaal het bedrag, genoemd in de Arbeidsomstandighedenwet artikel 34, vierde lid onder 1.

Artikel 9 Intrekking oude regeling

De brandbeveiligingsverordening Bedum 2009 wordt ingetrokken.

Artikel 10 Overgangsrecht

1.

Vergunningen die zijn verleend onder werking van de brandbeveiligingsverordening Bedum 2009 die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze verordening worden aangemerkt als vergunning krachtens deze verordening.

2.

Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de brandbeveiligingsverordening Bedum 2009 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

3.

Op bezwaarschriften gericht tegen een beschikking op een aanvraag om vergunning krachtens de brandbeveiligingsverordening Bedum 2009 wordt beslist met toepassing van deze verordening.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op het moment van inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio’s.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘brandbeveiligingsverordening Bedum 2010’.

Aldus vastgesteld in de openbare

vergadering d.d. 16 september 2010.

De raad voornoemd,

, voorzitter.

, griffier.