Nieuwsbericht Verklaring gemeentebestuur inzake ingestorte boerderij Ter Laan nabij Bedum

Gepubliceerd op: 06 september 2014

Hoewel de gemeente Bedum de gedragslijn hanteert om in individuele gevallen van aardbevingsschade omwille van privacy van de gedupeerden de uiterste terughoudendheid te betrachten, geven recente ontwikkelingen aanleiding daarop een beperkte uitzondering te maken. Geconstateerd wordt namelijk dat de door de eigenaren van de boerderij geïnitieerde berichtgeving in de media over de kwestie helaas niet altijd gestoeld is op de feiten. Die feiten luiden als volgt.

In mei van dit jaar stortte de schuur van de woonboerderij van de familie Meulema aan Ter Laan in Bedum in. Op advies van de brandweer is de familie vertrokken naar een ander, tijdelijk adres. Er bestond nog instortingsgevaar en tijdens het incident was asbest in de vorm van dakplaten vrijgekomen.

De instorting trok brede aandacht van de pers. De familie gaf aan zich voor wat betreft de media in de luwte te willen houden. Daarbij speelde de gezondheidstoestand van de heer Meulema ook een rol. Daarom is door de gemeente Bedum en de NAM in overweging gegeven geen contact met vertegenwoordigers van de pers te zoeken.

Oorzaak instorting onderzocht

Op initiatief van de gemeente Bedum is, met instemming van de NAM, kort na het incident onderzoek gestart naar de oorzaak of de oorzaken van de instorting. Dat onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk ingenieursbureau, Dijkhuis te Groningen.Met het oog op de begeleiding van de familie Meulema is door de gemeente Bedum een maatschappelijk werker ingezet. Die onderhield regelmatig contact met de familie. Ook burgemeester Henk Bakker van Bedum heeft zich persoonlijk vergewist van hun situatie. Daarnaast is er door medewerkers van de gemeente geregeld contact met de familie onderhouden. De huisvesting van de familie Meulema had daarbij hoge prioriteit, reden waarom de woningstichting Wierden en Borgen in Bedum ingeschakeld is.

Het onderzoek naar de instorting kwam in juni af. De conclusie luidde dat verwaarlozing en stormschade de hoofdoorzaken waren geweest; de aardbevingen hadden aan de instorting bijgedragen, maar vormden geen hoofdoorzaak. Deze conclusies zijn onmiddellijk met de familie Meulema gedeeld.

Inmiddels bleek dat de verzekeraar van de familie niet wilde overgaan tot uitbetaling van een schadebedrag. De verzekeraar beroept zich daarbij op het feit dat schade als gevolg van aardbevingen niet verzekerd is.

In het licht van de conclusies van het onderzoek oordeelde de NAM dat een volledige vergoeding van de schade door het bedrijf niet op zijn plaats is; de aardbevingen tengevolge van de aardgaswinning zijn maar ten dele oorzaak van de instorting geweest. Het gemeentebestuur heeft begrip voor deze stellingname.

Expertisebureau ingeschakeld

Het onderzoek wees uit dat ook stormschade tot de instorting van de schuur heeft geleid. Het standpunt van de verzekeraar – de instorting is een gevolg van bevingen - leek naar het oordeel van het gemeentebestuur daarom deels onhoudbaar; de familie zou redelijkerwijs een beroep moeten kunnen doen op bepalingen rond stormschade in de opstalverzekering. Met het oogmerk om die verzekeraar tot een uitkering te bewegen, heeft het gemeentebestuur een expertisebureau in de arm genomen. Dat bureau heeft de werkzaamheden tot op heden nog niet afgerond.

De verwikkelingen rond de verzekering van de familie hebben tot vertraging in de afhandeling van de kwestie geleid. Overigens is die familie van elke stap in de verschillende processen op de hoogte gehouden.

Drietal woningen aangeboden

De inspanningen van het gemeentebestuur op het gebied van de huisvesting van de familie leidden tot het aanbod van een drietal woningen: één in het nabij Bedum gelegen Sauwerd en twee in Bedum zelf. Op dat aanbod is niet ingegaan.

De familie gaf aanvankelijk aan dat financiële steun niet nodig zou zijn. Toen de gemeente signalen ontving dat de financiële situatie toch nijpend werd, is een gesprek met het maatschappelijk werk belegd. In dat gesprek zou de familie de financiële situatie nader toelichten. Op basis van die informatie zou vervolgens nader worden bepaald of een vorm van tijdelijke financiële tegemoetkoming op zijn plaats zou zijn. Dat gesprek had plaats moeten hebben op 27 augustus jongstleden. Het gesprek werd echter kort voor die datum door de familie afgezegd. Inzicht in de financiële situatie van de familie Meulema ontbreekt daarom. Overigens wordt een tijdelijke financiële tegemoetkoming bepaald niet uitgesloten.

Het gemeentebestuur van Bedum betreurt de situatie van de familie hogelijk en wijst er op dat er sinds de instorting diverse inspanningen zijn gedaan om tot een afronding van de kwestie te komen. Een snelle afwikkeling heeft bij het gemeentebestuur nog steeds de hoogste prioriteit.

Geen sprake van druk

Het gemeentebestuur verklaart verder afstand te nemen van de door de familie in de pers geuite beschuldigingen, als zouden gemeente en de NAM druk op hen hebben uitgeoefend om de zaak verder uit de media te houden. Hiervan kan en mag geen sprake zijn. Hiervan is ook geen sprake geweest.

Overigens wijst het gemeentebestuur er op dat de afwikkeling van vier min of meer vergelijkbare schadegevallen in gemeente tot tevredenheid van de gedupeerden is verlopen en dat de inzet van de gemeente daarin – die tot doel heeft de contacten tussen bewoners en de NAM soepel te laten verlopen - door hen is gewaardeerd.