Nieuwsbericht Verklaring burgemeester asbestkwestie Noordwolderweg

Gepubliceerd op: 12 november 2012

In de raadsvergadering van 8 november jongstleden legde burgemeester Henk Bakker een verklaring af over de ‘asbestkwestie’ aan de Noorderwolderweg in Bedum. Die verklaring is ook in briefvorm aan de leden van de gemeenteraad verstrekt. De verklaring van de burgemeester vindt u hier. De conclusies van het bureau dat onderzoek heeft gedaan naar de aanwezigheid van asbest in de bodem achter de woningen aan de Noordwolderweg is digitaal beschikbaar.

Verklaring burgemeester Henk Bakker: 

Naar aanleiding van een publicatie in het Dagblad van het Noorden van  woensdag 7 november  over asbest achter enkele woningen aan de Noordwolderweg in Bedum wil ik, ook namens de regiopolitie Groningen, het volgende verklaren.

In overleg met het Openbaar Ministerie heeft de politie mij eind vorige week –informeel- op de hoogte gesteld van het feit dat er een informatief onderzoek zou worden gehouden naar de asbestvondst. Een dergelijk onderzoek moet antwoord geven op de vraag óf er strafbare feiten zijn gepleegd. Op dinsdag 6 november is met mij een afspraak gemaakt om over dat onderzoek te overleggen. Dat overleg zou op dinsdag 13 november plaats hebben. Ik ben ervan uit gegaan dat ik dan – voordat met het onderzoek zou worden begonnen – op de hoogte zou worden gesteld van aanpak en procedure.

Aan het eind van dinsdagmiddag 6 november werd ik benaderd door één van de bewoners van de bewuste woningen. Hij meldde mij dat hij door de politie over de kwestie bevraagd was. Hij vroeg zich af in wiens opdracht dat was gebeurd. Hij vertelde dat de politie van hem wilde weten wie het asbest zou kunnen hebben gestort en welke stappen de gemeente na de melding had gezet. Ik heb de bewoner gemeld net zo verrast als hij te zijn en heb hem er op gewezen dat het Openbaar Ministerie in deze een eigen verantwoordelijkheid heeft. Ik heb verder benadrukt dat ik hierin geen enkele rol heb gespeeld. Uit de publicatie in het Dagblad blijkt dat deze bewoner niet de enige was met wie de politie gesprekken heeft gevoerd. Het bevestigt mijn kanttekening bij de volgorde van de gesprekken.

Inmiddels hebben politie en Openbaar Ministerie op grond van de gevoerde gesprekken en naar de huidige stand van zaken geconstateerd dat er geen strafbare feiten zijn gepleegd en dat er dus geen aanleiding is het informatieve onderzoek een vervolg te geven. Dit stemt mij tevreden. De uitlatingen die in dat bewuste artikel aan de politiewoordvoerder zijn toegeschreven, moeten dan ook als prematuur  worden beschouwd. 

Ik maak van de gelegenheid gebruik nog één ding recht te zetten. In de kantlijn van het krantenartikel wordt gesuggereerd dat de bewoners vermoeden dat de politie denkt dat de gemeente ervan uit gaat dat de bewoners zélf asbest achter hun woningen hebben gedumpt. Die suggestie wil ik met één woord afdoen: onzin! De feiten zijn namelijk als volgt. Er is asbest-verdacht materiaal aangetroffen.  Bij nader onderzoek is op één plek een zeer beperkte concentratie van wit asbest aangetroffen. Onderzoek naar de herkomst daarvan is zinloos: de praktijk wijst uit dat die herkomst vrijwel nooit aan het licht komt.

De gemeente lost dit op volgens plan en afspraak en in lijn met het advies van het extern bureau. De voorlopige eindconclusies van dit bureau zijn aan deze brief gevoegd en zijn als volgt samen te vatten. Om allerlei redenen zijn er geen onaanvaardbare risico’s, is er geen sprake van spoedeisendheid, noch van een saneringsplicht, en is er geen reden voor afdekking of (nadere) afzetting. Alles afwegende  wordt in dit geval aanbevolen de verontreinigde grond te verwijderen. Dat zal de gemeente ook zo spoedig mogelijk, hoogstwaarschijnlijk in de loop van volgende week,  doen, met inbegrip van het voorgeschreven overleg met de provincie. Dit is inmiddels in gang gezet.

Ook de betrokken bewoners zullen zo snel mogelijk worden geïnformeerd.

De burgemeester van de gemeente Bedum, drs. H.P. Bakker.